diskutiere
discussiëren, discuteren, een discussie houden
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
discussiëren, discuteren, een discussie houden
hevig verlangen naar
onvermijdelijk
gelijk blijvend, constant, onveranderlijk
onhandig, lomp, onnozel
schaars, karig, schraal, spaarzaam
arbeidzaam, werkzaam
hullen in, inhullen
huren
knorren, grommen, brommen