übertragbar
over te brengen, vertaalbaar, toepasselijk
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
over te brengen, vertaalbaar, toepasselijk
knobelen, gokken, tossen
schemeren, dagen
dweper, dromer, fantast, enthousiasteling
opmaken, afleiden, concluderen
prijsopdrijvend
overmoedig, vermetel
vooruitgang, opbloei
controleren, aan een controle onderwerpen
uitdagen