töntet
klinken, weerklinken, luiden
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
klinken, weerklinken, luiden
bevallig, bekoorlijk
droogleggen
biechten
beroemdheid, vip
dirigeren, leiden
terugbetalen, restitueren
dochter, dochteronderneming
( hout ) snijden, snijwerk maken
feestneus