ausbeutetest
gebruiken, gebruikmaken van, benutten, verwerken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
gebruiken, gebruikmaken van, benutten, verwerken
vlek, vuile plek, smet, klad
gegoed, bemiddeld, vermogend
een scheiding ( in het haar ) maken, ( het haar ) scheiden
afpoetsen, afvegen
zonnewijzer
verhoren, voldoen aan
mensenschuw
verzorgen
vergelijkende trap, comparatief