ausfielst
uitvallen, wegvallen, loslaten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uitvallen, wegvallen, loslaten
naaien, neuken
suizen, gieren
aansluiten, inlijven, opnemen
Ecuador
smullen ( van ), smikkelen
zaad, zaadje
onzedelijk, immoreel
aansporen, prikkelen
documentaire