nahtlos
naadloos, zonder naad
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
naadloos, zonder naad
toekeren, toedraaien, toewenden
snibbig, bits, vinnig
takelen
wig, keg, keil, spie
in de schulden raken
vruchteloos, ( te ) vergeefs, nutteloos
overeenkomstig, overeenkomend, analoog
diagnose op afstand
lelietje-van-dalen