versaut
smerig maken, besmeuren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
smerig maken, besmeuren
verafgoden, aanbidden
zelfverzorger
vormen, modelleren, een vorm geven
rechterlijk ambtenaar
rekenaar
wegspatten, wegspetteren
Nederduits
krachtig, sterk, kloek
comfortabel