auszuprobierend
( uit ) proberen, ( uit ) testen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
( uit ) proberen, ( uit ) testen
onschatbaar, niet te schatten
keihard, bikkelhard, hard als steen
rigoureus, hard, onverbiddelijk
afschroeven, losschroeven, afdraaien
vol scheuren ( en barsten ), gebarsten, gescheurd
spelen, beuzelen, klungelen
( volstrekt ) noodzakelijk, vereist, onontbeerlijk
ontwikkeling, ontplooiing, vorming
iedere avond ( plaatshebbend ), van iedere avond