entschlüsselnd
decoderen, ontcijferen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
decoderen, ontcijferen
grijpen, aanrijden, scheppen
sentimenteel, ( over ) gevoelig
( uit ) lenen
bezonnen, bedachtzaam
van afval ( stoffen ) ontdoen
stoten, jagen, steken
nalatig, onachtzaam, nonchalant
van een gegeven ogenblik, van dat ogenblik, heersend, ( des ) betreffend, respectief
( op ) gezwollen, opgezet