tagtäglicher
dagelijks, dag aan dag
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
dagelijks, dag aan dag
aanvechten, betwisten
gems, klipgeit
misdadig, schandelijk
met een laag inkomen
lonend, winstgevend
onberispelijk, foutloos, vlekkeloos
verschillend, onderscheiden, uiteenlopend
gaan, zich begeven
ethisch, moreel