trotztest
koppig zijn, mokken, ( gaan ) dwarsliggen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
koppig zijn, mokken, ( gaan ) dwarsliggen
rondschrijven, circulaire
totaal, ( ge ) heel, alle, al de
commissie, comité
ventilator
een job hebben, een ( tijdelijk ) baantje hebben
ongevraagd
bekleden, innemen, hebben
( daad ) werkelijk, echt, waar ( gebeurd )
bevoegdheid, competentie