entfacht
ontsteken, doen ontvlammen, ontketenen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
ontsteken, doen ontvlammen, ontketenen
beschimmelen, verschimmelen
dichtspelden, toespelden
naar huis gaan
oplezen, oprapen, bijeenrapen, opvangen
paal ( tje ), tuier ( paal ), pin, ( tent ) haring
koken, zieden
geweldig, fantastisch, fabelachtig, ongelofelijk
schenken, cadeau geven
afluisteren, ( heimelijk ) beluisteren