steigert
verhogen, opvoeren, vergroten, vermeerderen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
verhogen, opvoeren, vergroten, vermeerderen
afsluiten, op slot doen
geloven, menen, denken, aannemen
gastronomisch
opvreten, opeten
( woning ) inrichting
oceanisch, de oceaan betreffend
overeenstemmen, overeenkomen, ( met elkaar ) kloppen, stroken
dodelijk
decadent