zusammenstürztet
in ( een ) storten, inzakken, in elkaar zakken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
in ( een ) storten, inzakken, in elkaar zakken
afslanken, vermageren
vrijgevig, mild, royaal
vol verwachting, hoopvol
melodisch
verkeerd, onjuist
slim, leep, sluw
oplosbaar
druk
( met een zachte knal ) ontploffen