abfliegen
afvliegen, wegvliegen, vertrekken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afvliegen, wegvliegen, vertrekken
politietoezicht
rijden door
( vast ) plakken
aanzienlijk, groot, opmerkelijk
kruin, top ( punt ), hoofd
belasten
eten, de maaltijd gebruiken
toezien, toekijken, gadeslaan
boenen