ärgerlichst
geërgerd, ontstemd, woedend, misnoegd
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
geërgerd, ontstemd, woedend, misnoegd
overladen, omladen, verladen
kapper
Talmoed
schakeling
vingerhoed
eertijds, voorheen, toen ( tertijd )
overbrengen, overmaken, komen brengen, overhandigen
( aan elkaar ) koppelen, verbinden, aaneenschakelen
snappen, doorhebben