Ansagers
aankondiger, presentator, conferencier
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
aankondiger, presentator, conferencier
steil, ontoegankelijk
afslanken, vermageren
meten, toetsen
vergenoegd, opgewekt
vreten, ( gulzig ) eten
gebruiken, verwerken, benutten
voortplanten
bad in water uit een warme bron, warmwaterbad
landstreek