ziselierten
ciseleren, drijven, graveren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
ciseleren, drijven, graveren
leiden, besturen
majesteitelijk
afkeren, afwenden
tenhemelschreiend, hemeltergend
verder ontwikkelen
ontvluchten, ontsnappen
weerspiegelen, weerkaatsen, reflecteren
spoor
( af ) zenden, verzenden, wegzenden