fängst
vangen, grijpen, ( te ) pakken ( krijgen )
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vangen, grijpen, ( te ) pakken ( krijgen )
promenade
gezellig, knus, huiselijk
uitademen, uitblazen
afknabbelen, afbijten, afknagen
soliditeit, degelijkheid, betrouwbaarheid, stevigheid
grotesk, wonderlijk
genoeg, beu
onvermoeibaar
wakker