geschlenkert
slingeren, zwaaien, bengelen, schommelen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
slingeren, zwaaien, bengelen, schommelen
ongestraft, straffeloos
onaangemeld, onaangediend, onaangekondigd
onomstreden, onbetwist
keet, mot, ruzie
instrueren, op de hoogte brengen
trefzeker richtend
fantastisch
ondergang van de wereld
wellustig, met wellust