kündigst
opzeggen, beëindigen, de huur opzeggen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
opzeggen, beëindigen, de huur opzeggen
onderverdelen, indelen
( op ) borrelen, ( op ) wellen, schuimen
doordringen
prehistorisch, voorhistorisch
taxeren, schatten
arbeidsmarkt
vlug, gezwind, snel
triest, naargeestig, droefgeestig, somber
generen, hinderen, storen