ausspannen
uitrusten, zich ontspannen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uitrusten, zich ontspannen
stofwisseling
afvaardigen
getroffen
vriendelijk, voorkomend, beleefd
onevenwichtig, labiel
overgroot, enorm ( groot )
druk ( doende ), naarstig, nijver
totalitarisme, totalitair systeem
onmuzikaal