abräumen
afruimen, opruimen, wegruimen, afnemen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afruimen, opruimen, wegruimen, afnemen
ruim, groot
rijk aan ballaststoffen
gladstrijken, gladmaken, gladschaven, politoeren
vergrendelen, afgrendelen
vakvereniging
beslissend, doorslaggevend, afdoend
bedrukt, gedrukt, neerslachtig
waardeoordeel
te missen, overbodig