ausspuckte
uitspuwen, uitbraken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uitspuwen, uitbraken
toosten, een toost uitbrengen
respectvol, vol achting, eerbiedig
afval
roemloos, weinig roemrijk
meteorologische dienst
wereldhistorisch
vrij
personifiëren
kronkelen, slingeren, schuiven, kruipen