auch
ook, eveneens
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
ook, eveneens
vastberaden, beslist
afspreken, overeenkomen
dun, ijl, spaarzaam, schaars
uitstekend, voortreffelijk, eminent
convergent
zelfklevend
trots, fier, groots, hoogmoedig
de bazuin blazen
smeerolie