grüß
groet
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
groet
een knoop leggen ( in ), met een knoop vastmaken
hengsel, handvat, oor
tafel met ( de ) geschenken
eenpersoonskamer
normaliseren, normeren, standaardiseren
roekeloos, vermetel, doldriest
( uit ) dunnen
jenever, ( koren ) brandewijn
parlementsverkiezing ( en )