bangem
bang, angstig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
bang, angstig
trancheren
( uit ) snijden, knippen
ondeelbaar
aan het licht brengen, ontmaskeren
oneens, onderling verdeeld
voorstaan, bepleiten, ondersteunen
rommelen, donderen
taxichauffeur
( in ) gespannen, geconcentreerd