schicklichem
passend, betamelijk, welvoeglijk
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
passend, betamelijk, welvoeglijk
ontdooien, doen smelten
grijs, grauw, somber, saai, beroerd
provocatie, uitdaging
tabellarisch, in tabelvorm
verkeerde conclusie
ziek
ondergeschikte, mindere
bijzonder, speciaal, apart, eigen
melaats, lepreus