pendelten
slingeren, heen en weer gaan
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
slingeren, heen en weer gaan
inboeten, verliezen
suf, stom
choqueren
openknopen, losknopen, openmaken
falen, mislukken
ongemakkelijk
uitrukken, naar buiten marcheren
appelboom
zwakzinnig