Tetraedern
tetraëder, viervlak
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
tetraëder, viervlak
beschadigd, defect, geschonden
morsen, knoeien
miauwen, mauwen
verachtelijk, minachtend
leggen op, neerleggen
murmelen, mompelen
ter bedevaart gaan, een pelgrimstocht maken
( vast ) snoeren, vastbinden, dichtrijgen, insnoeren
intieme levenssfeer