Etikett
etiket
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
etiket
ongelijk, verschillend
schichtig worden
staats-, van ( wege ) de staat, rijkswege overheidswege staatswege
snelle maaltijd, snel gerecht, gerecht dat vlug klaar is, snelle hap
ploeteren, zwoegen, hard werken
ziedend van woede, woest
geërgerd, ontstemd, woedend, misnoegd
openknopen, losknopen, openmaken
keurvorst