fortgehe
weggaan, heengaan
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
weggaan, heengaan
berucht, obscuur, louche, ( van ) verdacht ( allooi )
bezitloos, niet-bezittend, zonder bezit, onbemiddeld
verzwakken, achteruitgaan, ( in kwaliteit ) verminderen
rantsoeneren, op rantsoen stellen
penetrant, doordringend
aannemen, aanvaarden, accepteren
huiveringwekkend, ijzingwekkend, gruwelijk
gouden, gulden, goudkleurig, goudglanzend, heerlijk
omzetten, verhandelen, transponeren