abzugrasen
afgrazen, afweiden, af ( vr ) eten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afgrazen, afweiden, af ( vr ) eten
zonder middelen, onbemiddeld
uitgummen, uitgommen, uitwissen
knikken, knakken, breken
hiërarchisch, hiërarchiek
aankondiger, presentator, conferencier
walgelijk, weerzinwekkend
druipnat, kletsnat, zeiknat
kegelbaan
ongewild, zonder het te willen