grimmigerem
grimmig, nijdig, toornig, woedend
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
grimmig, nijdig, toornig, woedend
met redenen omkleden, staven, motiveren
boosaardigheid, kwaadaardigheid, boosheid, hatelijkheid
dweperig, dweepziek, dwepend, dweepzuchtig, fanatiek
geluiddempend, geluidsabsorberend
omhoogkomen, naar boven komen
omhakken, omhouwen
draaiboek
impotent
wegspatten, wegspetteren