tischlern
timmeren, hout bewerken, in elkaar timmeren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
timmeren, hout bewerken, in elkaar timmeren
getroffen
omhoogkomen, ( naar ) boven komen
huiveren, rillen, trillen
correct, juist, foutloos
tweede vaderland, nieuwgekozen stad
merken, bemerken, bespeuren, waarnemen, constateren
sluiten, dicht doen
pek
symmetrisch