aufzublicken
opkijken, omhoogkijken, de ogen opslaan
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
opkijken, omhoogkijken, de ogen opslaan
verwerven, verkrijgen, verdienen
klauw
hengst
rekenkundig
bezaaid, overdekt
doorstrepen, doorkrassen
prepareren, voorbereiden
zak ( je ), buil ( tje ), buidel
gezindheid, inborst, geaardheid, aard