umdrehe
omdraaien, omkeren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
omdraaien, omkeren
uitvoeren, mee uitnemen, uitlaten
onsmakelijk, onappetijtelijk, onfris
hagelslag, hevige hagelbui
telefoonhoorn
wijzen naar
statisticus
rillen ( van de kou )
werken, werkzaam zijn
schoenmaker, schoenlapper