geschult
scholen, opleiden, trainen, dresseren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
scholen, opleiden, trainen, dresseren
ontbrandbaar, ontvlambaar
toevoeren, aanvoeren, doen toekomen, toezenden
inzamelen, oogsten
( weer ) goedmaken, vereffenen, compenseren
pathetisch
krom, gekromd, gebogen
toga
lelijk, niet mooi, weinig fraai, onaardig, slecht
professioneel