unersättlichster
onverzadelijk, onverzadigbaar
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
onverzadelijk, onverzadigbaar
troosteloos
stroomstoot
pupil
bijeendoen, bij elkaar doen
rank, sportief, vlot, slank
onbeduidend voorstellen, bagatelliseren
verkeerde gevolgtrekking, verkeerde redenering
verafschuwen, verfoeien
tochtig, trekkerig, winderig