eintauschest
( in ) ruilen, inwisselen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
( in ) ruilen, inwisselen
leren, bijbrengen
verkrachten, aanranden
verpatsen, versjacheren
Mongools
voelen, gevoel hebben
uitstallen, tentoonstellen, exposeren, etaleren
decoderen, ontcijferen
babbelen, een praatje maken
storing, verstoring