zöger
aarzelen, talmen, dralen, schromen, weifelen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
aarzelen, talmen, dralen, schromen, weifelen
naar, vervelend, ellendig
indringer
merkwaardig, eigenaardig, raar, vreemd
met een ijslaag bedekt
( in kramp ) samentrekken, samenkrimpen, ineenkrimpen
in de rede vallen
toeslag
foutloos, feilloos
murmelen, mompelen