vorbeigingt
voorbijgaan, langsgaan
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
voorbijgaan, langsgaan
geheugenkaart
coördineren, op elkaar afstemmen
heg, haag
Zwabisch
ophelderen, lichter van kleur maken, opvrolijken
eierwekker
spreekkoor
mensonwaardig, mensonterend
storten, betalen, overmaken op