fortzureißend
meesleuren, meeslepen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
meesleuren, meeslepen
versnellen, bespoedigen, vaart zetten achter iets
aangeschoten, ( licht ) beneveld
( wel ) bespraakt, gebekt
ontstemmen, verdrieten, ergeren
formeren
ongelukkig, rampzalig
verzwikken, verstuiken, verrekken
ijzererts
dokken, neertellen, betalen