dampfend
dampen, uitwasemen, nevelen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
dampen, uitwasemen, nevelen
geld lenen van
stelen, ontstelen
dors, jonge kabeljauw
zwaar, inspannend, vermoeiend
initiatie, inwijding
spelen, scheppen
oppermachtig, overmachtig, al te sterk, allesoverheersend
naar voren dragen
pauken, op de pauken slaan