Ferien
vakantie
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vakantie
afkrabben, wegkrabben, afschaven, afschrapen
mondeling
opvliegend, driftig
talentvol, talentrijk, getalenteerd
verhoren, voldoen aan
oprecht, eerlijk
officieel, ambtelijk
signaal, teken, sein, verkeerslicht
verblinden, blind maken, de ogen uitsteken