krame
( rond ) snuffelen, scharrelen, rommelen, zoeken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
( rond ) snuffelen, scharrelen, rommelen, zoeken
dwaas, mal, gek, idioot, stom
krachteloos, zonder pit, slap
ziedend van woede, woest
buitenlands
monopolistisch
handzaam, gemakkelijk hanteerbaar
afbuigen, aftakken, zich afsplitsen
parasiet, klaploper, profiteur
herkauwer