vorausgingen
vooruitlopen, vooroplopen, vooruitgaan, vooropgaan
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vooruitlopen, vooroplopen, vooruitgaan, vooropgaan
kloppend, sluitend, harmonisch
cyrillisch
vrijmoedig, openhartig
vermenselijken
uitladen, afladen, lossen
twijfelachtig, onzeker, dubieus
( uit ) rekken, uitwijden, wijder maken
bereizen, reizen door
onvermijdelijk, beslist