ausblieben
uitblijven, wegblijven, stokken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uitblijven, wegblijven, stokken
omschakelen, overhalen, omzetten, switchen
bedorven
terreingolving, terreinplooi
onsportief
schillen, pellen
Beieren
geërgerd, ontstemd, woedend, misnoegd
hoger, van hogere orde
voeden