tuschelten
fluisteren, smoezen, smiespelen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
fluisteren, smoezen, smiespelen
struikelen, vallen
minachtend, geringschattend
heropvoeden, wederopvoeden
naar beneden rijden, afdalen
zand ( er ) ig
onderhoudend, amusant, vermakelijk
afschrikken, schrik inboezemen, beangstigen
injecteren, inspuiten
harteloos