höflichst
beleefd, hoffelijk, wellevend
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
beleefd, hoffelijk, wellevend
ontharen, epileren
transfereren, overmaken, overdragen
gebruiken, gebruikmaken van, benutten
toezicht houden op, toezien op, bewaken
aanrukken, aanmarcheren
ongelijk, verschillend
lijden, doorstaan
privé, persoonlijk
bros, knappend, knapperig